Activity-based versus opslagmethodiek
De theorie achter Activity-Based Costing (en TDABC) is eigenlijk eenvoudig. Het grootste deel van de kosten die een organisatie maakt, zijn tegenwoordig indirecte kosten. Door o.a. automatisering van productieprocessen zijn de kosten verschoven van vast naar variabel. Daardoor is het steeds minder gepast om bedrijfskosten via een opslag direct toe te rekenen aan de producten.
Vroeger was een organisatie vooral gericht op produceren van artikelen. Het grootste deel van de bedrijfskosten waren variabel met de hoeveelheid die geproduceerd werd. Meer productie betekende hogere kosten. Doordat de vaste kosten relatief laag waren ten opzichte van de variabele kosten, konden deze in de kostprijs worden meegenomen met een opslagpercentage.
Tegenwoordig gaat dit niet meer op. Door automatisering is de verhouding verschoven naar een steeds hoger percentage vaste kosten. Daarnaast leveren we een steeds hogere toegevoegde waarde per product, waardoor directe kosten (bv grondstofkosten) een steeds kleiner uitmaken van de kostprijs. Het gevolg is dat de opslagmethodiek nu zou leiden tot extreme opslagpercentages van honderden procenten. Daardoor worden de onderlinge verschillen verborgen.
In Summa biedt een kant-en-klare oplossing om snel te starten zodat u zich kunt richten op de toepassingen.
